Achterstevoren praten is een kunst. Jaren geleden zag ik cabaretier Roel Verburg dit kunstje aardig beheersen. Anderen bleken dit zowaar nog beter te kunnen. Voor de gewone stervelingen onder ons is dit schier onmogelijk, maar met palindromen moet het lukken.

Wanneer je deze keerwoorden van rechts naar links leest, staat er namelijk hetzelfde als je gewoon van links naar rechts de letters volgt. Simpele palindromen zijn woorden als kok, lol, en pap. Uiteraard is het de kunst een zo lang mogelijke palindroom te verzinnen, maar pas op: je kunt ervan wakker liggen. Kaak, negen of legovogel. En wat te denken van koortsmeetsysteemstrook? Maar het kan nog gekker. Volledig omkeerbaar is ‘Nora bedroog, o zo goor, de baron’. En mijn persoonlijke favoriet: Nelli plaatst op ’n parterretrap ’n pot staalpillen.

De buitencategorie van de palindromen is gebundeld in het boek Opperlandse taal- & letterkunde van Hugo Brandt Corstius. In dit boek staan fascinerende Nederlandse teksten, “zonder het akelige nut dat aan de taal kleeft”. Spelen met taal dus, gewoon voor de lol. Brandt Corstius schrijft dat palindromen ‘het bekendste Opperlandse procedé’ zijn. In de jaren zeventig verzonnen deze Opperlanders from scratch bijna duizend van deze taalspelingen. Piet Burger is vermoedelijk de beste; in zijn eentje bedacht hij er meer dan negenhonderd.

De meeste palindromen zijn bedrog

In komkommertijd worden bij georganiseerde taalwedstrijden de verzonnen palindromen vaak geplagieerd, zo vermeldt de auteur onder het kopje ‘taai gal, plagiaat’. Ook zijn veel werken anoniem geschreven, dus een goede bron kan ik helaas niet geven. Juist daarom verdient onderstaand meesterwerk tromgeroffel en een staande ovatie. Het leest niet per se lekker, maar klik op de afbeelding en petje af:

Smaakt deze blog naar meer? Lees dan mijn blog ‘Een klassieker van taalvirtuoos Kees Torn‘.