De afgelopen weken kreeg ik van bijna tien mensen het bericht opgestuurd dat taalpuristen nare mensen zijn. Als bijna tien van mijn naasten handenwrijvend en gnuivend mij dit stuk opsturen, zal ik vermoedelijk inderdaad een taalpurist zijn. Maar wie het laatst lacht, lacht het best. Bij dezen mijn N=1 bijdrage om aan te tonen dat wij taalpuristen best prima mensen zijn. Tien taal- en schrijftips, want zoals Sylvia Witteman schreef: iedereen kan een goede taalbeheersing aanleren.

  1. Verzaak nooit

    De allerbelangrijkste tip voor correct taalgebruik is simpelweg taal altijd correct te gebruiken. Dit klinkt als een cirkelredenering, maar de gedachte is simpel. De mens is namelijk een gewoontedier, dus je gaat automatisch de grammaticaregels volgen als het jouw gewoonte is om je d’s, t’s en dt’s te checken. Wees dus niet ‘even lui’ op WhatsApp, maar schrijf júíst hier zoals het heurt. Dat scheelt je enorm veel werk als je straks jouw scriptie of sollicitatiebrief moet controleren. Zoals de barbier tegen zijn leerling zei: oefening baardkunst.

  2. D’s, t’s en dt’s

    Jáhá, heel kinderachtig, maar let er dan ook gewoon op. De d/t-fouten zijn vermoedelijk de meest gemaakte fouten in de Nederlandse taal, terwijl de regel oersimpel is. Iedereen kent ‘tkofschip – of de bromvliegzwaan – en het ‘langer maken van een woord’. Doe het gewoon, er zijn geen geldige excuses.

  3. Jij wilt ‘t, hij wil ’t niet

    In dezelfde lijn als tip 2: ken de onregelmatige werkwoorden. Het is mijn ervaring dat voornamelijk Amsterdammers moeite hebben met de vervoeging van het werkwoord willen, dus: Hij wilt is pertinent onjuist, maar zowel jij wil als jij wilt is correct taalgebruik. Puristen hebben echter de voorkeur voor de afwijkende tweede persoon enkelvoud. Schrijf – en zeg! – dus altijd jij wiltjij kunt en jij zult

  4. Hele fout

    Is het een hele aardige jongen of een heel aardige jongen? Als het een hele aardige jongen is, is hij dermate aardig dat hij nooit in een vechtpartij een tand is kwijtgeraakt of dat de maffia nooit een vinger bij hem afhakte. Anders gezegd: hij is niet half. Als het een heel aardige jongen is, is hij enorm aardig. Doorgaans bedoelt men dit laatste.

  5. Schrijf je aanelkaar aan elkaar?

    Men pleit voor meer blauw op straat, maar ik zou graag meer correctie-rood in schoolschriften zien. Spatiepolitie, kom erin! “Een spatie is op zichzelf behoorlijk onzichtbaar. Toch [of juist daarom, JH] kun je overal struikelen over onjuist gebruikte spaties”, zo schrijft het platform Signalering Onjuist Spatiegebruik. Bij twijfel kun je vrijwel elke situatie googelen. Als je daar geen tijd voor hebt, kun je het beste iets aan elkaar schrijven. Dit ‘ervanuitgaande’ dat minder mensen weten wat los moet dan wat vast moet. 

  6. Vermijd afko’s a.u.b.

    Afkortingen lezen vervelend. Daarnaast ligt het gevaar op de loer dat jouw lezer niet bekend is met een afkorting. D.w.z. dat t.b.v. de leesbaarheid en de begrijpelijkheid afkortingen moeten worden uitgeschreven. Ook voorkom je op deze manier o.a. misverstanden, want bedoelt iemand met o.g. ‘ondergetekende’ of toch ‘original gangster’?

    Lees ook mijn blog “Zelfs eindredacteuren schrijven deze 5 woorden vaak fout“.

  7. Het is vaak onnodig om om te schrijven

    In sommige gevallen is het onnodig om om te schrijven. Handig als je te weinig woorden hebt voor je paper, maar puristen keuren dit af. Om is net als eh een weinig eloquent tussenwerpsel. Niet doen dus.

  8. SOS

    Het grote geheim van goedlopende teksten is de afwisseling van de zinslengte. Vuistregel: schrijf om en om een lange en een korte zin. Bij een meer gecompliceerde inhoud moet je de zinnen kort houden, aangezien het stuk inhoudelijk al lastig is te volgen. Op deze manier voorkom je cognitieve overload. Korte zinnen verhogen daarnaast ook de spanning. Verander dus de zinslengte wanneer een bevroren weiland makkelijker te doorploegen is dan jouw schrijfsel.

  9. Het laatste woord hebben

    De echte Molloten kunnen het zich wellicht nog herinneren: de tip van Paulien Cornelisse. Uit psychologisch onderzoek blijkt dat het eerste en het laatste woord het beste worden onthouden. Zet daarom altijd het hoofdwerkwoord achteraan de zin. Niet: Het stille meisje dat model geworden is, maar: Het stille meisje dat model is geworden. Overigens kun je de passiviteit van het onderwerp benadrukken door júíst het hulpwerkwoord achteraan te plaatsen: de man die geslagen wordt.

  10. Ctrl-F is je vriend

    Je bent weer eens laat. De deadline is om negen uur in de ochtend en inmiddels is het vier uur ’s nachts. Eindredactie op jezelf gaat nauwelijks meer lukken, aangezien je dan altijd even je stuk moet laten liggen. Gezien het tijdstip kun je jouw moeder ook niet meer de boel laten nakijken. Gebruik dan je computer. Microsoft Word heeft een redelijk goede taal- en spellingcontrole die je bovendien kunt aanvullen met de zoekfunctie. Zoek op typo’s als ene en hele, maar ook op dubbele spaties en schendingen van de hierboven genoemde tip 9. Zoek voor dit laatste op “bent.”, “is.”, “zijn.”, “was.” en “waren.”. Doe ditzelfde voor de werkwoorden “hebben” en “worden” en draai bij elke treffer indien nodig het hulp- en hoofdwerkwoord om. Zoek ook nog op combinaties als “jij wil ” en “kan je” om te kijken of je je consequent aan tip 3 hebt gehouden. Tot slot voorkom je uitglijders door te zoeken op “die”, “dat”, “deze” en “dit” en heel kinderachtig steeds te bedenken of het die/deze meisje of dat/dit meisje is.

Bonus tip: Spread the word

In huize Hajema werd je vroeger als je een taalfout maakte zonder eten naar bed gestuurd en nog steeds wordt elke zeer zeldzame vergissing in WhatsApp genadeloos afgestraft. Geef bovenstaande schrijftips door aan je vriendengroep en zet een straf op elke fout. Bij tien fouten geef je een extra rondje, zoiets. Je zult zien dat wie nooit verzaakt uiteindelijk vanzelf minder fouten gaat maken. Embrace your inner grammar nazi.